Statuten

oprichting STICHTING

Concept d.d. 17 maart 2009

Op 31 maart

tweeduizend negen, verschijnt voor mij,

mr. Marinus Carolus Aarts, notaris te Amsterdam:

mevrouw Caroline Maria Sabina Escher, werkzaam bij het kantoor Houthoff Buruma N.V. in de vestiging 1082 MA Amsterdam, Gustav Mahlerplein 50, geboren te Veghel op twee juni negentienhonderd zesentachtig, houder van een paspoort met nummer NL4564487,

te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van:

  1. mevrouw Wijnanda Koppenol, geboren te ‘s-Gravenhage op vier mei negentienhonderd negenenvijftig, wonende te (1071 AG) Amsterdam, Vossiusstraat 27 hs, houder van een paspoort met nummer NK9302595; en
  2. mevrouw Pauline Christien Dekker, geboren te Kuala Belait (Brunei) op negen februari negentienhonderd eenenzestig, wonende te (1871 AW) Schoorl, Boschmanweg 14, houder van een rijbewijs met kenmerk 4135191208

(hierna tezamen te noemen “Oprichters“).

Volmacht

De Oprichters verklaarden bij deze akte een stichting op te richten en daar­voor de vol­gende statu­ten vast te stellen:

Artikel 1. Naam en zetel

1.1.             De stichting draagt de naam:

Stichting Rookpreventie Jeugd.

1.2.             Zij heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.

Artikel 2. Doel

2.1.             De stichting heeft ten doel:

-             het gebruik van tabak en tabakswaren onder in het bijzonder kinderen en jongeren te (doen) voorkomen, c.q. beperken met als uiteindelijk doel tabaksgebruik tot geschiedenis te maken;

-             een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke bewustwording van de risico’s en de gevaren van het gebruik van tabak en tabakswaren en aan het denormaliseren van het gebruik ervan tijdens in het bijzonder sociale, culturele, maatschappelijke en openbare activiteiten,

het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

2.2.             De stichting tracht haar doel onder meer te verwe­zen­lijken door:

-             het (doen) geven van informatie aan kinderen, jongeren, hun ouders en andere opvoeders over de risico’s en de gevaren van roken, het anderszins gebruiken van tabak en tabakswaren en de ernst van de verslaving eraan;

-             het verwerven van steun in alle geledingen van de samenleving voor het ongewenst laten zijn en maken van roken en het anderszins gebruiken van tabakswaren;

-             het (doen) voeren van een lobby, gericht op het nemen van maatregelen door in het bijzonder de overheid ter voorkoming, c.q. beperking van de blootstelling van kinderen en jongeren aan tabak en tabakswaren;

-             samen te werken met maatschappelijk organisaties, instellingen, bedrijven, overheidsinstanties en dergelijke, die zich ook onder meer bezighouden met preventie op het gebied van het gebruik van verslavende stoffen door kinderen en jongeren;

-             het werven van fondsen, andere geldmiddelen en dergelijke om activiteiten die voortvloeien uit haar doelstelling te financieren.

Artikel 3. Bestuur

3.1.             Het bestuur van de stichting bestaat uit een oneven aantal leden van ten minste vijf en maximaal negen.

Het aantal leden wordt – met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde – door het bestuur met algeme­ne stemmen vastge­steld.

3.2.             Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn mid­den een voor­zit­ter, een secretaris en een pen­ning­meester.

De functies van secretaris en penningmeester kun­nen ook door één persoon worden vervuld.

3.3.             Bestuursleden worden benoemd door het bestuur dat daartoe besluit met algemene stemmen.

3.4.             Bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar. Na het verstrijken van deze periode zijn bestuursleden terstond herkiesbaar voor nog twee opvolgende perioden van ieder drie jaar.

3.5.             Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).

In geval van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, vormen de over­blijvende bestuursleden, of vormt het overblijvende bestuurslid, een bevoegd bestuur.

3.6.             Indien na het ontstaan van een (of meer) vacature(s) niet binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) in de benoeming van een (of meer) opvolger(s) is voorzien, kan de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende in de vervulling van de ledige plaatsen voorzien.

De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk deze statuten in acht.

3.7.             De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werk­zaam­he­den.

Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uit­oefe­ning van hun functie gemaakte kosten.

Artikel 4. Bestuursver­gaderingen en bestuursbesluiten

4.1.             De bestuursvergaderingen worden gehouden in een gemeente in Nederland als bij de oproeping bepaald.

4.2.             Ieder half jaar wordt ten minste één ver­gadering gehou­den.

4.3.             Vergaderingen zullen voorts worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere bestuurs­le­den daar­toe schriftelijk en onder nauwkeurige opga­ve van de te be­han­de­len punten aan de voorzitter het ver­zoek richt.

Indien de voorzitter aan een dergelijk ver­zoek geen gevolg geeft zoda­nig, dat de vergade­ring wordt gehou­den binnen drie weken na het ver­zoek, is de verzoeker bevoegd zelf een verga­de­ring bijeen te roe­pen met inacht­neming van de vereiste forma­litei­ten.

4.4.             De oproeping tot de vergadering geschiedt – be­houdens het in 4.3 bepaalde – door de voor­zit­ter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet mee­gere­kend, door middel van aangete­kende oproe­pings­brieven.

4.5.             De oproepingsbrieven vermel­den, behalve plaats en tijd­stip van de vergadering, de te behande­len onderwer­pen.

4.6.             Zolang in een bestuursvergadering alle in func­tie zijnde be­stuursle­den aanwezig zijn, kunnen geldi­ge besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwer­pen.

4.7.             De vergaderingen worden geleid door de voorzit­ter van het be­stuur;

bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voor­zit­ter aan.

4.8.             Van het verhandelde in de vergaderin­gen worden notulen gehou­den door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voor­zit­ter van de vergadering daar­toe aangezocht.

De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefun­geerd.

4.9.             Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een mede-be­stuurslid laten vertegenwoordigen onder over­leg­ging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voor­zit­ter van de vergade­ring voldoende, vol­macht.

Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één ander be­stuurs­lid als gevol­machtigde optre­den.

4.10.         Het bestuur kan ook buiten vergadering beslui­ten nemen, mits alle be­stuursleden zich schrifte­lijk (waaronder begre­pen per geëigend telecom­municatiemiddel), vóór het voorstel heb­ben verklaard.

Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoe­ging van de inge­ko­men antwoorden door de secreta­ris van het bestuur een relaas opge­maakt, dat na mede-onderteke­ning door de voorzitter van het bestuur bij de notulen wordt ge­voegd.

4.11.         Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldi­ge besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuursleden ter verga­dering aanwezig of vertegenwoordigd is.

Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uit­bren­gen van één stem.

Voorzover deze statuten geen grotere meer­derheid voor­schrij­ven wor­den alle bestuurs­besluiten geno­men met volstrekte meer­der­heid van de geldig uitge­brachte stemmen.

4.12.         Alle stemmingen op de vergadering geschieden mon­deling, tenzij een bestuurslid vóór de stemming een schriftelijke stemming verlangt.

Schriftelijke stemming geschiedt bij ongete­kende, gesloten brief­jes.

4.13.         Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitge­bracht.

4.14.         Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming is beslissend.

Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt.

Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oor­spronkelijke stemming.

Artikel 5. Bestuursbe­voegdheid

5.1.             Het bestuur is belast met het besturen van de stich­ting.

5.2.             Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van over­eenkom­sten tot verkrij­ging, vervreemding en bezwaring van regis­tergoederen.

5.3.             Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van over­een­kom­sten, waar­bij de stichting zich als borg of hoofde­lijk medeschulde­naar ver­bindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstel­ling voor een schuld van een ander verbindt.

Artikel 6. Vertegenwoordiging

6.1.             Het bestuur vertegenwoordigt de stichting, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit.

6.2.             De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee geza­menlijk handelende bestuursleden.

6.3.             Het bestuur is bevoegd volmacht te verlenen aan één of meer bestuurs­leden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 7. Einde bestuurslidmaatschap

7.1.             Het bestuurslidmaatschap eindigt:

a.          na het verstrijken van een periode van drie jaar zoals bedoeld in artikel 3.4;

b.         door overlijden;

c.          wanneer een bestuurslid het vrije beheer over zijn vermogen verliest;

d.         door schriftelijke ontslagneming (bedanken);

e.         door ontslag hem verleend op grond van een besluit van het bestuur, waarbij het betrokken bestuurslid geen stemrecht kan uitoefenen;

f.           door ontslag door de rechtbank in de gevallen als in de wet bepaald.

Artikel 8. Comité van aanbeveling

8.1.             Het bestuur kan een comité van aanbeveling instellen.

8.2.             Leden van het comité van aanbeveling worden door het bestuur aangezocht en benoemd.

8.3.             De taak van het het comité van aanbeveling is het promoten en bevorderen van de werkzaamheden van de stichting.

Artikel 9. Boekjaar en administratie

9.1.             Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalen­derjaar.

9.2.             Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een admi­nistratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en ande­re gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

9.3.             Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier vast te stellen.

9.4.             Het bestuur is verplicht de in 9.2 en 9.3 bedoelde boeken, beschei­den en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

9.5.             Het bestuur kan evenwel besluiten dat de boeken en de jaarstukken worden onderzocht door een door het bestuur aan te wijzen deskundige voordat deze worden vastgesteld.

Artikel 10. Reglement

10.1.         Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stel­len, waarin die on­der­wer­pen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.

10.2.         Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

10.3.         Het bestuur is te allen tijde bevoegd het regle­ment te wijzi­gen of op te heffen.

10.4.         Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het regle­ment is het bepaalde in artikel 11.1 van toepas­sing.

Artikel 11. Statutenwijziging

11.1.         Het bestuur is bevoegd te besluiten de statuten te wijzigen.

Het besluit daartoe moet worden genomen met ten minste twee/derde van de stemmen in een vergade­ring, waarin alle be­stuursleden aan­wezig of verte­gen­woor­digd zijn.

Blijkt ter vergadering het vereiste aantal be­stuursleden niet aanwezig te zijn, dan wordt ui­terlijk vier weken nadien een nieuwe vergadering bijeengeroepen waarin het besluit genomen kan worden met ten minste twee/derde meerderheid.

11.2.         De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notarië­le akte tot stand komen.

Ieder bestuurslid afzonderlijk is bevoegd de desbetreffende akte te doen ver­lijden.

11.3.         De bestuursleden zijn verplicht een authentiek af­schrift van de wijzi­ging en de gewijzigde statuten neer te leg­gen bij het handelsregis­ter.

Artikel 12. Ontbinding en vereffening

12.1.         Het bestuur is bevoegd te besluiten de stichting te ontbin­den.

Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 11.1 van toepassing.

12.2.         De stichting blijft na haar ontbinding voortbe­staan voorzover dit tot vereffening van haar ver­mogen nodig is.

12.3.         De vereffening geschiedt door de bestuursleden.

12.4.         Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zo­veel mogelijk van kracht.

12.5.         Hetgeen na voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de ontbonden stichting resteert, wordt door de vereffenaar(s) zoveel moge­lijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.

12.6.         Na afloop van de vereffening blijven de boeken, be­scheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren berus­ten onder de door het bestuur aan te wijzen perso(o)n(en).

12.7.         Op de ontbinding en de vereffening van de stichting is het bepaalde in de wet van toepassing.

Artikel 13. Slotbepalin­g

13.1.         In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statu­ten niet voorzien, beslist het bestuur.

Artikel 14. Overgangsbepalingen

14.1.         De eerste bestuursleden worden bij de akte van oprichting benoemd.

14.2.         Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizend tien.

Slotverklaringen

Ten slotte verklaarde de comparant, han­delend als ge­meld:

Voor de eerste maal en tot bestuursleden van de stichting benoemd:

  1. in de functie van voorzitter: de heer Richard Jan Lindhout, geboren te ‘s-Gravenhage op elf mei negentienhonderd vijfenvijftig, wonende te (1871 AW) Schoorl, Boschmansweg 14;
  2. in de functie van secretaris: mevrouw Pauline Christien Dekker, voornoemd;
  3. in de functie van penningmeester: mevrouw Wijnanda Koppenol, voornoemd;
  4. de heer Rene Bernards, geboren te Bussum op vier januari negentienhonderd drieënvijftig, wonende te (1391 AD) Abcoude, Koningsvaren 37;
  5. mevrouw Barbara Ingrid van den Broeke, geboren te ‘s-Gravenhage op achtentwintig mei negentienhonderd achtenvijftig, wonende te (1017 LS) Amsterdam, Reguliersgracht 30.

SLOT

De bij deze akte betrokken comparant is mij, notaris, bekend en de identiteit van de comparant is door mij, notaris, aan de hand van het hiervoor gemelde en daartoe bestemde document vastgesteld.

WAARVAN AKTE

wordt verleden te Amsterdam op de datum als in het hoofd van deze akte is vermeld.

Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte en het geven van een toelichting daarop aan de comparant, heeft deze verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen en met beperkte voorlezing in te stemmen.

Na beperkte voorlezing overeenkomstig de wet is deze akte door de comparant en door mij, notaris, ondertekend.